Maat kiezen
Meten en omrekenen
Op school heet dit: Maatkennis toepassen in meetopgaven
Eerste stap
Zoek de omrekenregel (bijv. 1 km = 1000 m)
Zo herken je deze som
Let eerst op de woorden in de som
Ik zie centimeter, meter, kilometer, gram, kilogram of liter.
Voorbeeldopgaven
- 1.Een kamer is 4,5 meter lang. Hoeveel centimeter is dat?
- 2.Een zak aardappelen weegt 2,5 kilogram. Hoeveel gram is dat?
Hoe werkt het?
Bij meten zet je de ene maat om naar de andere, zoals meter naar centimeter.