โ† Terug36 recepten

Alle rekenrecepten

Elk recept laat zien hoe je een bepaald soort som aanpakt โ€” van herkennen tot uitrekenen.

๐Ÿ”ขGetallen en getalbegrip

Grote getallen lezen

๐Ÿ”ข

Grote getallen lees je van links naar rechts. Splits het getal in groepen van drie om het makkelijk uit te spreken.

VoorbeeldsomSchrijf het getal 47.358 in woorden.

Stappen

  1. 1.Splits het getal in groepen van drie van rechts: 47 | 358
  2. 2.Lees de linkerkant: 47 โ†’ zevenveertig duizend
  3. 3.Lees de rechterkant: 358 โ†’ driehonderdachtenvijftig
  4. 4.Schrijf samen: zevenveertig duizend driehonderdachtenvijftig
Ga oefenen met dit recept โ†’

Getallen op de lijn zetten

๐Ÿ”ข

Op een getallenlijn staan getallen in volgorde. Bereken hoe groot de stappen zijn en verdeel de lijn gelijkmatig.

VoorbeeldsomEen getallenlijn loopt van 0 tot 1.000. Waar staat het getal 750?

Stappen

  1. 1.Bepaal het begin (0) en het einde (1.000)
  2. 2.750 is driekwart van 1.000 (want 750 รท 1.000 = 0,75)
  3. 3.Driekwart van de lijn is voorbij het midden, richting het einde
  4. 4.Zet een streepje op driekwart van de lijn
Ga oefenen met dit recept โ†’

Afronden naar het dichtstbijzijnde hele getal

๐Ÿ”ข

Als het cijfer achter de komma 0, 1, 2, 3 of 4 is, rond je naar beneden af. Anders naar boven.

VoorbeeldsomRond het getal 7,6 af op hele getallen.

Stappen

  1. 1.Kijk naar het cijfer achter de komma: dit is 6
  2. 2.6 is groter dan of gelijk aan 5, dus je rondt naar boven af
  3. 3.7,6 โ†’ 8
  4. 4.Controleer: 7,6 ligt dichter bij 8 dan bij 7 โœ“
Ga oefenen met dit recept โ†’

Kommagetallen vergelijken

๐Ÿ”ข

Kijk eerst naar het getal vรณรณr de komma. Als dat gelijk is, kijk je naar het eerste cijfer achter de komma.

VoorbeeldsomWelk getal is groter: 3,47 of 3,52?

Stappen

  1. 1.Vergelijk de cijfers voor de komma: beide zijn 3, dus gelijk
  2. 2.Vergelijk het eerste cijfer na de komma: 4 of 5?
  3. 3.5 is groter dan 4, dus 3,52 is groter
  4. 4.Antwoord: 3,52 > 3,47
Ga oefenen met dit recept โ†’

โž•Optellen en aftrekken

Optellen door splitsen

โž•

Schrijf de getallen netjes onder elkaar. Tel kolom voor kolom op, van rechts naar links.

VoorbeeldsomTel op: 348 + 275

Stappen

  1. 1.Schrijf de getallen onder elkaar (eenheden onder eenheden)
  2. 2.Tel de eenheden op: 8 + 5 = 13; schrijf 3, onthoud 1
  3. 3.Tel de tientallen op: 4 + 7 + 1 = 12; schrijf 2, onthoud 1
  4. 4.Tel de honderdtallen op: 3 + 2 + 1 = 6; schrijf 6
  5. 5.Antwoord: 623
Ga oefenen met dit recept โ†’

Cijferend optellen

โž•

Tel kolom voor kolom, begin rechts. Als de som groter dan 9 is, onthoud je 1 naar de volgende kolom.

VoorbeeldsomTel op: 1.457 + 2.836

Stappen

  1. 1.Schrijf de getallen netjes onder elkaar
  2. 2.Begin rechts: 7 + 6 = 13; schrijf 3, onthoud 1
  3. 3.Tientallen: 5 + 3 + 1 = 9; schrijf 9
  4. 4.Honderdtallen: 4 + 8 = 12; schrijf 2, onthoud 1
  5. 5.Duizendtallen: 1 + 2 + 1 = 4; schrijf 4
  6. 6.Antwoord: 4.293
Ga oefenen met dit recept โ†’

Cijferend aftrekken

โž•

Trek kolom voor kolom af, begin rechts. Als je niet kunt aftrekken, leen je 1 van de volgende kolom.

VoorbeeldsomTrek af: 5.034 โˆ’ 1.867

Stappen

  1. 1.Schrijf de getallen netjes onder elkaar
  2. 2.Eenheden: 4 โˆ’ 7 kan niet; leen 1 tiental โ†’ 14 โˆ’ 7 = 7
  3. 3.Tientallen (nu 2): 2 โˆ’ 6 kan niet; leen via honderdtallen van duizendtallen โ†’ 12 โˆ’ 6 = 6
  4. 4.Honderdtallen (nu 9 na lenen): 9 โˆ’ 8 = 1
  5. 5.Duizendtallen (nu 4): 4 โˆ’ 1 = 3
  6. 6.Antwoord: 3.167
Ga oefenen met dit recept โ†’

Aftrekken door het verschil te zoeken

โž•

Als twee getallen dicht bij elkaar staan, is het makkelijker om het verschil te tellen dan af te trekken.

VoorbeeldsomBereken: 8.002 โˆ’ 7.995

Stappen

  1. 1.Herken dat de getallen dicht bij elkaar liggen
  2. 2.Begin bij het kleinste getal: 7.995
  3. 3.Tel aan tot het grootste: 7.995 + 5 = 8.000, dan + 2 = 8.002
  4. 4.Het verschil is 5 + 2 = 7
  5. 5.Antwoord: 8.002 โˆ’ 7.995 = 7
Ga oefenen met dit recept โ†’

Schattend optellen en aftrekken

โž•

Rond getallen af vรณรณr je rekent. Zo krijg je snel een goede schatting zonder precies te hoeven rekenen.

VoorbeeldsomSchat de uitkomst: 387 + 514

Stappen

  1. 1.Rond 387 af naar een handig getal: โ‰ˆ 400
  2. 2.Rond 514 af naar een handig getal: โ‰ˆ 500
  3. 3.Tel de afgeronde getallen op: 400 + 500 = 900
  4. 4.Antwoord (schatting): ongeveer 900 (werkelijk: 901)
Ga oefenen met dit recept โ†’

๐ŸงฎVermenigvuldigen en delen

Schattend vermenigvuldigen

๐Ÿงฎ

Ronde getallen vermenigvuldig je makkelijker. Daarna kun je controleren of je antwoord logisch is.

VoorbeeldsomSchat de uitkomst: 38 ร— 52

Stappen

  1. 1.Rond 38 af naar 40
  2. 2.Rond 52 af naar 50
  3. 3.Vermenigvuldig: 40 ร— 50 = 2.000
  4. 4.Antwoord (schatting): ongeveer 2.000 (werkelijk: 1.976)
Ga oefenen met dit recept โ†’

Delen via tafels

๐Ÿงฎ

Zoek het getal dat je kunt vermenigvuldigen met het deelgetal om het deeltal te krijgen.

VoorbeeldsomBereken: 84 รท 7

Stappen

  1. 1.Vraag jezelf: welk getal ร— 7 = 84?
  2. 2.Probeer: 7 ร— 10 = 70, 7 ร— 12 = 84 โœ“
  3. 3.Het antwoord is 12
  4. 4.Controleer: 12 ร— 7 = 84 โœ“
Ga oefenen met dit recept โ†’

Delen door handige stukken te maken

๐Ÿงฎ

Splits het grote getal in handige stukken die je makkelijk kunt delen. Voeg de uitkomsten samen.

VoorbeeldsomBereken: 144 รท 6

Stappen

  1. 1.Splits 144 in handige stukken: 120 + 24
  2. 2.Deel het eerste stuk: 120 รท 6 = 20
  3. 3.Deel het tweede stuk: 24 รท 6 = 4
  4. 4.Tel de uitkomsten op: 20 + 4 = 24
  5. 5.Antwoord: 144 รท 6 = 24
Ga oefenen met dit recept โ†’

Delen met rest

๐Ÿงฎ

Zoek het grootste veelvoud van het deelgetal dat nog onder het getal past. Wat overblijft is de rest.

VoorbeeldsomBereken: 47 รท 5

Stappen

  1. 1.Zoek het grootste veelvoud van 5 dat nog onder 47 past
  2. 2.5 ร— 9 = 45 (past nog), 5 ร— 10 = 50 (te groot)
  3. 3.Trek het veelvoud af: 47 โˆ’ 45 = 2 (dit is de rest)
  4. 4.Antwoord: 47 รท 5 = 9 rest 2
Ga oefenen met dit recept โ†’

๐Ÿ•Breuken

Breuken

๐Ÿ•

Bij breuken verdeel je iets in gelijke delen. De noemer zegt hoeveel delen, de teller hoeveel je neemt.

VoorbeeldsomVan een pizza zijn 3/8 stukken opgegeten. Hoeveel stukken zijn er nog over?

Stappen

  1. 1.Kijk naar de noemer: 8 โ€” de pizza is in 8 gelijke stukken gesneden
  2. 2.De teller 3 zegt dat er 3 stukken zijn opgegeten
  3. 3.Trek af: 8 โˆ’ 3 = 5 stukken
  4. 4.Antwoord: er zijn nog 5/8 van de pizza over
Ga oefenen met dit recept โ†’

Stambreuken vergelijken

๐Ÿ•

Bij stambreuken (teller = 1) geldt: hoe groter de noemer, hoe kleiner de breuk. Dus 1/3 is groter dan 1/5.

VoorbeeldsomWelke breuk is groter: 1/4 of 1/6?

Stappen

  1. 1.Beide breuken zijn stambreuken (teller = 1)
  2. 2.Vergelijk de noemers: 4 en 6
  3. 3.Hoe groter de noemer, hoe kleiner het stuk
  4. 4.6 is groter dan 4, dus 1/6 is kleรญner dan 1/4
  5. 5.Antwoord: 1/4 > 1/6
Ga oefenen met dit recept โ†’

Een breuk kleiner opschrijven

๐Ÿ•

Deel teller en noemer door hetzelfde getal. De waarde van de breuk verandert niet, hij wordt alleen kleiner geschreven.

VoorbeeldsomVereenvoudig de breuk 6/8.

Stappen

  1. 1.Zoek een getal waardoor teller (6) en noemer (8) allebei deelbaar zijn
  2. 2.6 en 8 zijn allebei deelbaar door 2
  3. 3.Deel de teller: 6 รท 2 = 3
  4. 4.Deel de noemer: 8 รท 2 = 4
  5. 5.Antwoord: 6/8 = 3/4
Ga oefenen met dit recept โ†’

โš–๏ธVerhoudingen

Verhoudingen

โš–๏ธ

Bij verhoudingen vergelijk je twee getallen met elkaar. Je kunt een verhoudingtabel gebruiken.

VoorbeeldsomVoor 3 kopjes thee gebruik je 6 theelepels suiker. Hoeveel suiker heb je nodig voor 5 kopjes?

Stappen

  1. 1.Maak een verhoudingstabel met 'kopjes' en 'lepels suiker'
  2. 2.Vul de bekende verhouding in: 3 kopjes โ†’ 6 lepels
  3. 3.Bereken hoeveel suiker bij 1 kopje hoort: 6 รท 3 = 2 lepels per kopje
  4. 4.Bereken voor 5 kopjes: 5 ร— 2 = 10 lepels suiker
Ga oefenen met dit recept โ†’

Zelf een verhoudingtabel maken

โš–๏ธ

Schrijf de twee soorten getallen in twee kolommen. Vul steeds hetzelfde stappatroon in.

VoorbeeldsomVoor 2 liter limonade heb je 6 lepels siroop nodig. Maak een tabel voor 1 t/m 5 liter.

Stappen

  1. 1.Schrijf boven de twee kolommen: 'Liter limonade' en 'Lepels siroop'
  2. 2.Vul de basisverhouding in: 2 liter โ†’ 6 lepels
  3. 3.Bereken 1 liter: 6 รท 2 = 3 lepels
  4. 4.Vul verder aan met stappen van +3: 1โ†’3, 2โ†’6, 3โ†’9, 4โ†’12, 5โ†’15
Ga oefenen met dit recept โ†’

๐Ÿ’ฏProcenten

Procenten

๐Ÿ’ฏ

Bij procenten bereken je een deel van een geheel. Je gebruikt altijd het getal 100 als basis.

VoorbeeldsomEen jas kost โ‚ฌ80. Er is 25% korting. Hoeveel korting krijg je?

Stappen

  1. 1.Bepaal welk getal 100% is (hier: โ‚ฌ80)
  2. 2.Bereken 1% door te delen door 100: 80 รท 100 = 0,80
  3. 3.Vermenigvuldig met het gevraagde procent: 0,80 ร— 25 = โ‚ฌ20
  4. 4.Controleer: 25% is een kwart, en een kwart van 80 is inderdaad 20 โœ“
Ga oefenen met dit recept โ†’

๐Ÿ“Meten en maten

Meten en omrekenen

๐Ÿ“

Bij meten zet je de ene maat om naar de andere, zoals meter naar centimeter.

VoorbeeldsomEen kamer is 4,5 meter lang. Hoeveel centimeter is dat?

Stappen

  1. 1.Zoek de omrekenregel: 1 meter = 100 centimeter
  2. 2.Je gaat van groot (meter) naar klein (centimeter), dus vermenigvuldig met 100
  3. 3.4,5 ร— 100 = 450 centimeter
  4. 4.Controleer: 4 m = 400 cm en 0,5 m = 50 cm, samen 450 cm โœ“
Ga oefenen met dit recept โ†’

Van meter naar centimeter en terug

๐Ÿ“

Naar kleinere maat: vermenigvuldig. Naar grotere maat: deel. Onthoud: 1 m = 100 cm = 1000 mm.

VoorbeeldsomEen sprong is 185 centimeter. Hoeveel meter en centimeter is dat?

Stappen

  1. 1.De omrekenregel: 1 meter = 100 centimeter
  2. 2.Je gaat van klein (cm) naar groot (m), dus delen door 100
  3. 3.185 รท 100 = 1 meter rest 85 centimeter
  4. 4.Antwoord: 1 meter en 85 centimeter
Ga oefenen met dit recept โ†’

Gram en kilogram omrekenen

๐Ÿ“

Van kg naar g: vermenigvuldig met 1000. Van g naar kg: deel door 1000.

VoorbeeldsomEen zak aardappelen weegt 2,5 kilogram. Hoeveel gram is dat?

Stappen

  1. 1.De omrekenregel: 1 kilogram = 1000 gram
  2. 2.Je gaat van groot (kg) naar klein (g), dus vermenigvuldig met 1000
  3. 3.2,5 ร— 1000 = 2.500 gram
  4. 4.Antwoord: 2,5 kg = 2.500 gram
Ga oefenen met dit recept โ†’

Inhoudsmaten vergelijken

๐Ÿ“

Zet alle hoeveelheden om naar dezelfde eenheid voordat je ze vergelijkt of optelt.

VoorbeeldsomIs een fles van 750 ml meer of minder dan 3/4 liter?

Stappen

  1. 1.De omrekenregel: 1 liter = 1000 milliliter
  2. 2.Reken 3/4 liter om naar ml: 3/4 ร— 1000 = 750 ml
  3. 3.Vergelijk: 750 ml = 750 ml
  4. 4.Antwoord: precies gelijk!
Ga oefenen met dit recept โ†’

โฐTijd en kalender

Tijd

โฐ

Bij tijdrekenen tel je met uren en minuten. Let op: 1 uur = 60 minuten, niet 100!

VoorbeeldsomDe film begint om 14:25 en duurt 1 uur en 45 minuten. Hoe laat is de film afgelopen?

Stappen

  1. 1.Schrijf de begintijd op: 14 uur en 25 minuten
  2. 2.Tel de uren op: 14 + 1 = 15 uur
  3. 3.Tel de minuten op: 25 + 45 = 70 minuten
  4. 4.70 minuten = 1 uur en 10 minuten; tel het extra uur erbij: 15 + 1 = 16 uur
  5. 5.De film eindigt om 16:10
Ga oefenen met dit recept โ†’

Tijdsduur schatten

โฐ

Vergelijk de tijdsduur met iets wat je al kent. Is het meer of minder dan een uur? Meer of minder dan een dag?

VoorbeeldsomHoeveel tijd kost het om een boek van 200 pagina's te lezen als je 20 pagina's per kwartier leest?

Stappen

  1. 1.Bepaal hoeveel kwartieren je nodig hebt: 200 รท 20 = 10 kwartieren
  2. 2.Reken om naar uren: 10 kwartieren = 10 ร— 15 minuten = 150 minuten
  3. 3.150 minuten = 2 uur en 30 minuten
  4. 4.Antwoord: je hebt ongeveer 2,5 uur nodig
Ga oefenen met dit recept โ†’

๐Ÿ’ฐGeld

Geld

๐Ÿ’ฐ

Bij geld reken je met euro's en centen. 1 euro = 100 cent.

VoorbeeldsomJij hebt โ‚ฌ5,35 en je vriendin heeft โ‚ฌ2,80. Hoeveel geld hebben jullie samen?

Stappen

  1. 1.Schrijf de bedragen netjes onder elkaar met de komma's op รฉรฉn lijn
  2. 2.Tel de centen op: 35 + 80 = 115 cent = โ‚ฌ1,15
  3. 3.Tel de euro's op: 5 + 2 = โ‚ฌ7
  4. 4.Voeg samen: โ‚ฌ7 + โ‚ฌ1,15 = โ‚ฌ8,15
Ga oefenen met dit recept โ†’

Kassabon schatten

๐Ÿ’ฐ

Rond elk bedrag af naar een rond getal. Tel die ronde getallen op. Je hoeft niet precies te zijn.

VoorbeeldsomJe koopt: melk โ‚ฌ1,29, brood โ‚ฌ2,45 en kaas โ‚ฌ3,79. Hoeveel betaal je ongeveer?

Stappen

  1. 1.Rond elk bedrag af: โ‚ฌ1,29 โ‰ˆ โ‚ฌ1, โ‚ฌ2,45 โ‰ˆ โ‚ฌ2, โ‚ฌ3,79 โ‰ˆ โ‚ฌ4
  2. 2.Tel de afgeronde bedragen op: 1 + 2 + 4 = โ‚ฌ7
  3. 3.Antwoord (schatting): je betaalt ongeveer โ‚ฌ7
  4. 4.Ter vergelijking: het werkelijke bedrag is โ‚ฌ7,53
Ga oefenen met dit recept โ†’

๐Ÿ“Omtrek, oppervlakte en inhoud

Alle randen bij elkaar optellen

๐Ÿ“

Omtrek = 2 ร— lengte + 2 ร— breedte. Of tel alle vier de zijden bij elkaar op.

VoorbeeldsomEen rechthoek is 8 cm lang en 5 cm breed. Hoe groot is de omtrek?

Stappen

  1. 1.Zoek de lengte (8 cm) en de breedte (5 cm)
  2. 2.Gebruik de formule: omtrek = 2 ร— lengte + 2 ร— breedte
  3. 3.2 ร— 8 = 16 cm en 2 ร— 5 = 10 cm
  4. 4.Omtrek = 16 + 10 = 26 cm
Ga oefenen met dit recept โ†’

๐Ÿ”ทMeetkunde en ruimtelijk inzicht

Kijken vanaf de juiste kant

๐Ÿ”ท

Voor = van voren, boven = van bovenaf, zij = van de zijkant. Elk aanzicht ziet er anders uit.

VoorbeeldsomJe kijkt van bovenaf op een doos. Welk aanzicht zie je en hoe ziet het eruit?

Stappen

  1. 1.Bepaal de kijkrichting: je kijkt van bovenaf
  2. 2.Van bovenaf zie je de bovenkant van de doos
  3. 3.De bovenkant is een rechthoek (of vierkant) โ€” je ziet geen zijkanten
  4. 4.Dit is het bovenaanzicht
Ga oefenen met dit recept โ†’

Punt vinden met coรถrdinaten

๐Ÿ”ท

Het eerste getal is de horizontale richting (x), het tweede is de verticale richting (y). Altijd x dan y.

VoorbeeldsomTeken het punt (4, 3) in een assenstelsel.

Stappen

  1. 1.Het eerste getal (4) is de horizontale richting: ga 4 stappen naar rechts op de x-as
  2. 2.Het tweede getal (3) is de verticale richting: ga vanuit dat punt 3 stappen omhoog
  3. 3.Zet hier een punt
  4. 4.Onthoud de volgorde: altijd eerst x (rechts), dan y (omhoog)
Ga oefenen met dit recept โ†’

๐Ÿ“ŠTabellen, grafieken en verbanden

Informatie uit een tabel halen

๐Ÿ“Š

Zoek de juiste rij en de juiste kolom. Lees af waar die bij elkaar komen.

VoorbeeldsomTabel: Naam | Punten. Anna: 45, Bo: 38, Cas: 52. Wie heeft de meeste punten?

Stappen

  1. 1.Lees de kopteksten: 'Naam' en 'Punten'
  2. 2.Zoek in de kolom 'Punten' het hoogste getal
  3. 3.Anna: 45, Bo: 38, Cas: 52 โ€” het hoogste is 52
  4. 4.Antwoord: Cas heeft de meeste punten
Ga oefenen met dit recept โ†’

Een cirkel in delen lezen

๐Ÿ“Š

De hele cirkel is het totaal (100%). Elk stuk is een deel van het totaal. Hoe groter het stuk, hoe meer.

VoorbeeldsomIn een cirkeldiagram is 1/4 geel (favoriete kleur). 120 kinderen deden mee. Hoeveel kozen geel?

Stappen

  1. 1.Kijk wat de hele cirkel betekent: 120 kinderen = 100%
  2. 2.Het gele deel is 1/4 van de cirkel = 25%
  3. 3.Bereken: 1/4 van 120 = 120 รท 4 = 30
  4. 4.Antwoord: 30 kinderen kozen geel
Ga oefenen met dit recept โ†’

Gemiddelde berekenen

๐Ÿ“Š

Gemiddelde = alle getallen optellen, daarna delen door het aantal getallen.

VoorbeeldsomLena haalt deze cijfers: 7, 8, 6, 9. Wat is haar gemiddelde?

Stappen

  1. 1.Tel alle cijfers op: 7 + 8 + 6 + 9 = 30
  2. 2.Tel hoeveel cijfers er zijn: 4 cijfers
  3. 3.Deel de som door het aantal: 30 รท 4 = 7,5
  4. 4.Antwoord: Lena's gemiddelde is 7,5
Ga oefenen met dit recept โ†’

๐ŸงฉContextsommen en bewerking kiezen

Eerst bedenken welke som je moet maken

๐Ÿงฉ

Meer? โ†’ optellen. Minder? โ†’ aftrekken. Groepen? โ†’ vermenigvuldigen. Per stuk? โ†’ delen.

VoorbeeldsomEr zitten 6 kinderen aan een tafel. Er zijn 4 tafels in de klas. Hoeveel kinderen zijn er?

Stappen

  1. 1.Lees de vraag: hoeveel kinderen in totaal?
  2. 2.Zijn er gelijke groepen? Ja: 4 tafels met elk 6 kinderen
  3. 3.Gelijke groepen samenvoegen โ†’ vermenigvuldigen
  4. 4.4 ร— 6 = 24 kinderen
Ga oefenen met dit recept โ†’

Stap voor stap door een moeilijke som

๐Ÿงฉ

Los elk kleine stap apart op. Het antwoord van de ene stap gebruik je bij de volgende.

VoorbeeldsomEen bakker bakt 8 trays met elk 12 broodjes. Hij verkoopt 60 broodjes. Hoeveel heeft hij nog?

Stappen

  1. 1.Splits in stappen: (1) hoeveel broodjes bakt hij? (2) hoeveel houdt hij over?
  2. 2.Stap 1: 8 ร— 12 = 96 broodjes
  3. 3.Stap 2: 96 โˆ’ 60 = 36 broodjes
  4. 4.Antwoord: de bakker heeft nog 36 broodjes over
Ga oefenen met dit recept โ†’

Meerdere recepten achter elkaar gebruiken

๐Ÿงฉ

Soms heb je meerdere recepten nodig. Schrijf de recepten als een ketting en volg ze รฉรฉn voor รฉรฉn.

VoorbeeldsomEen trui kost โ‚ฌ45. Er is 20% korting. Je betaalt met โ‚ฌ40. Hoeveel wisselgeld krijg je?

Stappen

  1. 1.Schrijf de ketting: Procenten โ†’ Aftrekken โ†’ Wisselgeld
  2. 2.Recept 1 (Procenten): 20% van โ‚ฌ45 = 0,20 ร— 45 = โ‚ฌ9 korting
  3. 3.Recept 2 (Aftrekken): nieuwe prijs: โ‚ฌ45 โˆ’ โ‚ฌ9 = โ‚ฌ36
  4. 4.Recept 3 (Wisselgeld/Aanvullen): โ‚ฌ40 โˆ’ โ‚ฌ36 = โ‚ฌ4
  5. 5.Antwoord: je krijgt โ‚ฌ4 wisselgeld terug
Ga oefenen met dit recept โ†’